Het principe van het repartitiestelsel
Ons wettelijk pensioen, dat de overheid uitbetaalt, wordt gefinancierd door de verplichte bijdragen van werknemers en werkgevers. Het Belgische pensioenstelsel is gebaseerd op het repartitiebeginsel: de actieve bevolking van vandaag betaalt het pensioen van diegenen die gepensioneerd zijn, met andere woorden we leggen geen spaarpotje aan voor ons eigen pensioen, dit in tegenstelling tot andere EU landen zoals Nederland en Duitsland. Door de steeds toenemende vergrijzing zal dit stelsel de komende jaren meer en meer onder druk komen te staan.
Vandaag telt ons land zo’n 2.2 miljoen gepensioneerden. Over 40 jaar zou dit aantal 2.9 miljoen zijn, het aantal 15- tot 64-jarigen zou volgens schattingen in diezelfde periode met 450.000 dalen.
Berekening van het pensioen
In principe is de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar, en dit voor mannen én vrouwen. Indien u loontrekkende of zelfstandige bent wordt voor de berekening de ganse loopbaan in rekening genomen, bij ambtenaren slechts de laatste 5 jaar.
Zelfstandigen en loontrekkenden houden zo’n 30 tot 45 procent van hun vroeger inkomen over. Bij ambtenaren is dit 60 procent, gezien hun hoger wettelijk pensioen kunnen ambtenaren geen beroep doen op een groepsverzekering om hun pensioen aan te vullen.
De wettelijke pensioenen zijn geplafonneerd, meer werken leidt dus niet noodzakelijk tot een verhoging van het pensioen.
Om uw toekomstig pensioen te berekenen kan u een kijkje nemen op de website van de Rijksdienst voor Pensioenen: kenuwpensioen.be
